LegioLease in historisch perspectief 23-05-2005

De hausse van de aandelenlease vond plaats in de tweede helft van de jaren negentig. De beurskoersen gingen omhoog en op basis daarvan werden met dure marketingcampagnes nieuwe producten in de markt gezet. Aan de risico's werd niet of nauwelijks aandacht besteed.

Teksten: Peter Paul de Vries

Het leasen van aandelen was een vondst van LegioLease-oprichter Piet Bloemink. Het succes van de aandelenleaseproducten was in de beginjaren gebaseerd op het fiscale voordeel. De rentetermijnen golden als aftrekpost voor de inkomstenbelasting en dus betaalde de fiscus mee aan het product. Destijds was sprake van producten met dekking: het neerwaartse koersrisico was afgeschermd. Toen de rente niet langer aftrekbaar was werd ook de dekking onder het product weggehaald. LegioLease was toen al overgenomen door Bank Labouchere, toen nog onderdeel van Aegon.

Grote marketinginspanningen

In die periode werden de aandelenleaseproducten met dure marketingcampagnes aan de man gebracht: paginagrote advertenties en brochures bij dagbladen. Honderduizenden Nederlanders sloten aandelenleasecontracten die in de eerste periode ook forse winsten opleverden. De massamarketing sprak particulieren aan die daarvoor nog nooit op de beurs actief waren geweest, maar aandelenlease stelde ook de gewone Nederlander in staat om te profiteren van stijgende koersen. Het lijdt geen twijfel dat velen niet op de hoogte waren van de karakteristieken van de producten. Dat de uiteindelijke uitkomst afhankelijk was van de beursontwikkeling zal de meesten niet zijn ontgaan. Met de maandelijkse termijnen leek het erop alsof je 'spaarde' voor een einduitkering. Dat je aan het eind van de periode met een restschuld kon worden geconfronteerd - de schuld is dan groter dan de waarde van de effecten - realiseerden velen zich niet. In de massamarketing was geen of nauwelijks aandacht voor de risico's en de kans dat aan het eind van het contract moest worden bijbetaald.

Dexia neemt Labouchere over

In 2000, toen de beurs zijn hoogtepunt bereikte, nam de Frans-Belgische bank Dexia Labouchere en dus ook LegioLease over. Daarna begonnen de beurskoersen te dalen. Het uiteenspatten van de internetluchtbel, de aanslagen van 11 september 2001, een wereldwijde recessie en de Irak-crisis brachten de beursindex van 700 tot 218 punten. Hoewel de beurskoersen sindsdien weer zijn gestegen tot 350 punten, is bij de meeste producten sprake van een schuld die de waarde van het effectenpakket overstijgt. Omdat het om bijna 700.000 contracten gaat en circa 450.000 contractanten, is er sprake van een enorme problematiek.

Leaseverlies en Eegalease

Om deze kwestie collectief aan te pakken is de Stichting Leaseverlies opgericht. Leaseverlies streefde, ondersteund door de Consumentenbond (tevens procespartij) en de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), naar een schadevergoeding voor gedupeerde leasebeleggers. Daartoe werden juridische procedures gestart. De belangrijkste verwijten waren dat de verstrekte informatie onvolledig en misleidend was geweest, dat de producten aan de verkeerde doelgroep waren aangeboden (onervaren particulieren) en dat in veel gevallen de partner het contract had moeten meetekenen. Voor die laatste groep werd een nieuwe stichting opgericht, de stichting Eegalease.

Na twee mislukte bemiddelingspogingen werd in februari 2005 een nieuwe poging ondernomen onder leiding van oud-ECB-topman Wim Duisenberg. Na maanden van intensief onderhandelen werd op vrijdag 29 april een akkoord gepresenteerd. Met de bereikte oplossing is het boek 'aandelenlease' nog niet gesloten. Hoewel de oplossing naar verwachting door een overgrote meerderheid van de beleggers zal worden geaccepteerd, zullen sommigen willen doorprocederen. Bovendien zijn er tal van aanbieders van soortgelijke producten, zoals Aegon met Koersplan en Fortis met Groeivermogen.

Schuldvraag

De vraag is wie de schuld is van deze problematiek. Primair zijn dat de aanbieders van de producten, die zorgvuldiger hadden moeten zijn, meer aandacht hadden moeten besteden aan de risico's en zich hadden moeten realiseren dat het product aandelenlease niet geschikt was voor het grote publiek. Labouchere was daarbij verreweg de grootste aanbieder. Natuurlijk had ook de toezichthouder - toen STE en nu AFM - mensen eerder en duidelijker kunnen waarschuwen voor het product. Ten slotte hadden ook de beleggers zelf meer aandacht aan de karakteristieken en de risico's kunnen besteden.



Bron: VEB effect no 9