DOORPROCEDEREN MEESTAL ONAANTREKKELIJK 24-05-2005
Akkoord Legiolease-problematiek

Naar aanleiding van het artikel in Effect nummer 9 over het akkoord in de aandelenleaseaffaire heeft de VEB veel reacties ontvangen. In dat artikel werden de hoofdlijnen uiteengezet van het akkoord dat op 29 april werd gesloten tussen Dexia en de stichtingen Leaseverlies en Eegalease, de Consumentenbond en de VEB. Dat akkoord voorziet in een substantiële compensatie voor gedupeerde leasebeleggers. Voor de grootste groep wordt tweederde van de restschuld kwijtgescholden. De reacties varieerden van grote tevredenheid (“dit hadden we niet meer verwacht”) tot teleurstelling. Op woensdag 4 mei hebben een aantal andere stichtingen en advocaten het voorstel verworpen. Hun eerste bezwaar is dat zij niet betrokken waren bij de door Wim Duisenberg geleide besprekingen. Dat is op zich juist, maar het draagvlak van de stichting Leaseverlies (100.000 leden), Eegalease (20.000 leden), de Consumentenbond en VEB is veel groter dan de andere stichtingen en advocaten die zeggen 10.000 beleggers te vertegenwoordigen. Van groter belang is echter dat er geen dwingend akkoord op tafel ligt. Allereerst moet de helft van de mensen die bij de stichtingen aangesloten zijn, akkoord gaan met de oplossing. Daarna mogen mensen individueel nog beslissen of zij op het voorstel ingaan.

GOEDE OPLOSSING

Dat het leasedrama hiermee definitief eindigt, valt niet te verwachten. Zelfs als 0,4 procent van de 350.000 betrokken beleggers naar de rechter of de klachtencommissie stapt, spreken we nog steeds over 1.400 zaken. Sommigen hebben een betere juridische positie, bijvoorbeeld omdat ze hun tussenpersoon op schrift hebben aangegeven dat ze geen risico wilden lopen. Ook wanneer de verliezen zeer groot zijn - bijvoorbeeld 80.000 euro - kunnen mensen overwegen te procederen. Voor het overgrote deel van de mensen, naar schatting ten minste 80 tot 90 procent, is het voorstel naar onze mening een goede oplossing. Het alternatief van een juridische procedure is voor de meesten niet aantrekkelijk. Zo'n procedure brengt allereerst kosten met zich mee, die naar schatting ten minste 4.000 euro zullen bedragen. Vervolgens is het onzeker of men de procedure wint. Indien de procedure gewonnen wordt, is het onzeker welk percentage van de schade wordt gecompenseerd. Ten slotte gaat er ook tijd overheen, al gauw 1 à 2 jaar, voordat men een uitkomst kan verwachten.

Die vier factoren - kosten, procesrisico, onzekere vergoeding en tijdsfactor - zullen voor velen zwaar wegen. Bovendien is het niet denkbeeldig dat als een groot deel van de betrokken leasebeleggers het nieuwe aanbod accepteert, de rechtbanken dit akkoord als uitgangspunt nemen bij hun vonnissen. In dat geval is de doorprocederende aandelenleasebelegger per saldo slechter uit. Hij maakt dan extra kosten en krijgt dezelfde vergoeding, maar op een later tijdstip.

De VEB gaf al eerder aan het voorstel redelijk en evenwichtig te vinden en beveelt het voorstel dus van harte aan, maar benadrukt wel dat de betrokken beleggers zelf hun keuze moeten maken.  



Bron: VEB effect no 10