DEXIA SLAAT TERUG 05-07-2003
Stichting Leaseverlies sleepte Dexia voor de rechter namens vele Legio Lease-beleggers. Elsevier bericht exclusief over het verweer van de bank

FRANK VAN HOORN
De Stichting Leaseverlies moet niet-ontvankelijk worden verklaard in haar rechtszaak tegen Dexia Bank Nederland. Dat staat in de zogeheten conclusie van antwoord, de juridische reactie op de dagvaarding van Leaseverlies. Een stichting kan namens `leden' een rechtszaak voeren als zij gelijksoortige belangen hebben. Volgens diverse bronnen binnen de bank bestaan er tussen de Leaseverliezers te veel verschillen voor een collectieve rechtszaak. Geeft de rechter Dexia gelijk, dan is de rechtszaak ten einde.

De stichting vertegenwoordigt circa 85.000 boze beleggers. Zij klagen over in hun ogen agressieve verkoopmethoden en misleidende reclame van Legio Lease bij het verkopen van aandelenleaseproducten. Het FransBelgische Dexia kocht Legio Lease in 2000 van verzekeraar Aegon; het bedrijf maakt deel uit van Dexia Bank Nederland. De rechtszaak dient als basis voor schadeclaims die in theorie miljarden euro's bedragen.

Het basisprincipe van deze producten, met feestelijke namen als Altijd-Doen-Plan en Cash-Clicken-Happy-Geldmandje, was identiek. Klanten leenden geld bij Legio Lease tegen een hoge maandelijkse rente (bij een paar varianten loste de klant ook af). Die rente was tot 2001 (deels) fiscaal aftrekbaar. Het geleende geld werd door Legio Lease belegd in aandelen van een beperkt aantal beursfondsen, waarvan het de bedoeling was dat ze flink in waarde gingen stijgen. Als dit inderdaad gebeurde, kon de lening aan het einde van het leasecontract van drie jaar worden afbetaald met het geld dat de aandelen bij verkoop opleverden. De winst was voor de klant. Maar zouden de aandelen in waarde dalen, dan ontstond een restschuld die klanten in één keer aan Legio Lease moesten betalen. De malaise op de beurs leidde tot het zwartste scenario: veel klanten moeten fors bijbetalen. De voorbije maanden benadrukte Dexia al dat er grote verschillen tussen de leaseproducten zijn: verschillende namen, verschillende brochures, verschillende aandelenpakketten. Bovendien hebben de `leden' van de stichting !verschillende klachten, vindt de bank. Kopers van het ene product richten hun pijlen op fiscale aspecten, afnemers van een ander product vallen over het gebrek aan rendement op hun aandelen. `Het is alsof iemand een rechtszaak begint tegen Unilever omdat hun ijsjes niet lekker zijn, hun zeepjes jeuk veroorzaken en door hun wasmiddelen de gaten in je onderbroeken vallen,' aldus een zegsman. `Alles wordt op één grote hoop geveegd.'

Mocht de rechter de niet-ontvankelijkheid van Leaseverlies niet uitspreken, dan heeft Dexia ook argumenten ter verdediging van zijn producten. De stichting stelt in haar dagvaarding bijvoorbeeld dat in geen enkele reclamefolder de waarschuwing is opgenomen dat klanten een restschuld kunnen krijgen. Dit is volgens de bank pertinent onjuist, ook al omdat de stichting bij haar dagvaarding zelf brochures zou overleggen die het tegendeel bewijzen.

Daarnaast, zegt de bron, gingen klanten niet alleen af op de reclamefolders van Legio Lease. Zij kregen, alvorens zij daadwerkelijk gingen beleggen met geleend geld, een contract voorgelegd. In die contracten stond een uitleg over het leaseproduct. De bank stelt de retorische bedoelde vraag: het is toch niet te veel gevraagd om een contract goed te lezen alvorens een krabbel te zetten?

En wat te denken van de `recidivisten'? Dexia stelt dat verschillende Leaseverliezers midden jaren negentig mooie winsten maakten met hun leasecontract. Vervolgens gingen zij, dolenthousiast, nogmaals voor drie jaar een contract aan met Legio Lease. Met het kelderen van de beurs, nam het enthousiasme navenant af. Sommigen sloten zich vervolgens aan bij de Stichting Leaseverlies. Dat is vreemd, vindt Dexia. Zijn deze klanten alleen misleid bij het aangaan van hun verliesgevende contracten? Of is hier sprake van enig opportunisme bij de recidivisten? De Leaseverlies-stelling dat een doe-het-zelfbelegger goedkoper uit was geweest, is volgens
Dexia gebaseerd op aanvechtbare berekeningen. Datzelfde argument wordt aangevoerd tegen andere berekeningen van de stichting. Ook de taalkundige uitleg die Leaseverliesadvocaat William Schonewille geeft aan passages in diverse reclamefolders om aan te tonen dat Legio Lease willens en wetens versluierend taalgebruik gebruikt, vindt Dexia kwestieus en aanvechtbaar.

Het is nu de beurt aan de Stichting Leaseverlies om met een `conclusie van repliek' te reageren op de stellingen van Dexia. Vervolgens krijgt de bank de kans te antwoorden met een zogeheten conclusie van dupliek. Hierna doet de rechter uitspraak. In principe verloopt de procedure schriftelijk, tenzij de partijen een zitting noodzakelijk vinden, bijvoorbeeld om getuigen te verhoren.

Terwijl deze procedure zich talloze maanden zal voortslepen, moet Dexia zich ook verweren tegen de verwijten van de Stichting Eegalease. Deze club stelt dat overeenkomsten met Legio Lease `vernietigbaar' zijn als
zij niet door beide echtgenoten zijn ondertekend. Bij Eegalease zijn ongeveer 15.000 echtgenoten en echtgenotes van Legio Leaseklanten aangesloten. Eegalease dagvaardde Dexia Bank Nederland begin dit jaar bij de `sector kanton' van de rechtbank in Amsterdam, vroeger kantonrechter geheten. In de keuze voor de kantonrechter schuilt meteen het eerste probleem. Naar verluidt is die helemaal niet bevoegd om te oordelen over deze kwestie en zou hij de zaak moeten doorverwijzen naar de rechtbank in Amsterdam, waar ook de dagvaarding van de Stichting Leaseverlies naar toe is gegaan. Zo kunnen beide zaken mooi worden samengevoegd, en dat is noodzakelijk, meldde Dexia eerder. `Het zijn verwante zaken,' aldus een zegsman. `Wij willen weten hoe deze zaken zich tot elkaar verhouden. Bovendien wil len we tegenstrijdige uitspraken van verschil lende rechters voorkomen.'

Daarnaast heeft de bank uiteraard een juridisch-inhoudelijk verweer tegen de dagvaarding van Eegalease. De stichting zegt dat de Legio Lease-klanten een huurkoopovereenkomst zijn aan gegaan, wat een speciale vorm van koop op afbetaling is. Immers, redeneert Eegalease, de gekochte aandelen werden pas 'afgeleverd' als klanten de volledige koopsom hadden betaald. Het Burgerlijk Wetboek zou bepalen dat echtgenoten voor koopover eenkomsten op afbetaling toe stemming moeten geven.

Dexia bestrijdt dat toestemming van echtgenoten volgens de wet vereist is. De redenering: er zou geen sprake zijn van betaling van meerdere termijnen na aflevering van de aandelen en dus is de overeeenkomst geen koop op afbetaling of huurkoop. Bovendien worden de aandelen na het voldoen van de koopsom niet automatisch eigendom van klanten. Zij kunnen na afloop van het driejarig contract de overeenkomst ook verlengen of de aandelen verkopen. Faalt dat verweer, dan zal Dexia de rechter ongetwijfeld vragen de klanten te dwingen hun restschuld tóch te betalen. De bank beroept zich op het anti-speculatiebeding in het huurkoop-artikel van het Burgerlijk Wetboek. Anders ontstaat volgens de Dexia-bron de situatie dat klanten een beroep kunnen doen op het niet-meetekenen van hun huwelijkspartner wanneer de beurskoersen dalen, maar het contract eerbiedigen als de koersen omhoogschieten. Onversneden speculatie.

Bron: Elsevier