Leasehorror I 19-02-2004
De klachtencommissie van het Dutch Securities Institute (DSI) heeft recent een flink aantal uitspraken gedaan in zaken van ge­dupeerden van Legio Lease. Heeft u in het verleden ook een aandelenleasecontract gesloten via Legio Lease of de voormalige
Bank Labouchère, dan is het van groot belang dat u weet wat de
uitspraken voor urmen betekenen.

onder redactie van: Manno van den Berg
Bijdrage: Kapé Breukelaar

Het zat er al een tijd aan te komen: een aantal belangrijke uitspraken van de klachten­commissie van de DSI inzake aandelenlease. De uitkomst is een overwinning op punten voor de beleggers maar echt blij zal de gemiddelde deelnemer niet worden. Daarvoor zijn de verliezen te groot. Bij aandelenlease draait het om het kopen van aandelen met geleend geld. De combinatie van een hoge rentevoet en dalende aandelenkoersen zorgde de laatste jaren voor grote verliezen. Daarom stapte een aantal deelnemers naar de klachtencommissie DSI. De klagers voerden eentweetal argumenten aan bij het indienen van de klacht: zij zouden misleid zijn door de aanbieder en daarnaast zou de aanbieder niet aan de zorgplicht tegenover de beleggers hebben voldaan. De klachtencommissie heeft in haar uitspraken geoordeeld dat het foldermateriaal van de aanbieder niet misleidend was. Daar staat echter tegenover dat de commissie van mening is dat de aanbieder ernstig tekortgeschoten is in de zorgplicht. Zo had de aanbieder een verzekering aan moeten bieden tegen koersverliezen van de aandelen. Dat laatste blijkt van groot belang bij de uiteindelijke schaderegeling. De schade bestaat meestal uit twee elementen: u heeft inmiddels vijf jaar lang rente betaald en bovendien is de waarde van de aandelen lager dan het oorspronkelijke aankoopbedrag. U houdt dus een restschuld over. Het bedrag aan betaalde rente bent u op basis van de uitspraken van de klachtencommissie kwijt.
Voor wat betreft de restschuld is er echter een limiet die de klachtencommissie hanteert. Daarvoor bekijkt men de oorspronkelijke aankoopsom van de effecten en de looptijd van uw contract. Bij een contract van drie jaar is de restschuld die u moet aflossen, nooit meer dan 15% van de oorspronkelijke aankoopwaarde. Was de looptijd van uw contract vijf jaar, dan ligt de limiet op 20%. De gehanteerde percentages zijn gelijk aan de kosten van een koersverzekering bij aanvang van het contract.
Stel, u heeft vijf jaar geleden een aandelenleasecontract gesloten voor ¤ 20.000. Aan het einde van de looptijd worden de aandelen verkocht voor ¤13.000. De restschuld is dus ¤ 7000. Op basis van de uit­spraken van de klachtencommissie wordt de maximale aflossing beperkt tot 20% van de aankoopsom van de effecten, ofwel ¤ 4000. De aanbieder moet in dit voorbeeld dus ¤ 3000 aan restschuld kwijtschelden. De schade is voor deze klagers dus beperkt, maar nog steeds hebben zij flink verlies geleden. Eén klager kreeg overigens alle schade vergoed, inclusief de betaalde rente. In dat specifieke geval werden de aandelenleasecontracten door een verkoper ten onrechte aanbevolen als een belegging die uitsluitend winst kon opleveren. Helaas hebben de uitspraken van de klachtencommissie alleen werking voor de individuele klagers. De Stichting Leaseverlies, waar 90.000 beleggers zich bij hebben aangesloten, ziet echter genoeg aanknopingspunten voor een collectieve regeling voor alle gedupeerden. In de volgende Financiële Consument gaan we in op de gevallen waarbij een depotconstructie is toegepast.

Bron: De Telegraaf