Leasehorror II 19-02-2004
In de vorige editie van deze rubriek behandelden we de uitspraken van de klachtencommissie DSI betreffende aandelenlease. Onder de gedupeerden is echter een groep die extra getroffen is. Om aan de maandelijkse beta­lingsverplichtingen van meerdere leasecontracten te kunnen voldoen, werd in één keer een groot bedrag gestort in een beleggingsfonds. De dalende effectenkoersen resulteerden voor deze beleggers in een dubbel verlies. De klachtencommissie DSI deed recent een uitspraak in een dergelijke zaak.

onder redactie van: Manno van den Berg
Bijdrage: Kapé Breukelaar

Enkele duizenden financiele consumenten behoren tot de groep zwaar gedupeerde leaseslachtoffers. Op aanraden van hun financieel adviseur stortten zij in één keer een groot bedrag in een aandelenbeleggingsfonds. Uit die eerste belegging werden maandelijks flinke bedragen onttrokken voor de termijnen van aandelenleasecontracten. Voor menigeen resulteerde dit in een financieel horrorscenario: de daling van de aandelenkoersen bleek aan twee kanten funest te zijn. Niet alleen de aandelenleasecontracten stonden al snel op verlies, ook het beleggingsfonds waaruit de maandelijkse betalingen moesten worden gedaan, daalde in waarde.
Een gedupeerde diende een klacht in bij de klachtencommissie DSI. Op basis van een eenmalige storting van ¤ 36.302 werd afgesproken dat gedurende vijf jaar maandelijks ¤ 726 betaald zou worden op verschillende aandelenleasecontracten. Met die leasecontracten werd een bedrag van ¤ 68.067 geleend en belegd in aandelen. De gedupeerde, een gepensioneerd onderwijzer, kon de maandelijkse stortingen onmogelijk voldoen uit zijn pensioen. Hij was daarom voor de maandelijkse betalingen volledig afhankelijk van de opbrengst van die eerste storting van ¤ 36.302. Dat geld werd belegd in een beleggingsfords in aandelen. Dat zou het voldoende rendement opleveren om het totaalbedrag van de maandtermijnen van ¤ 43.562 te kunnen voldoen. Door de daling van de beurs bleek de waarde van het beleggingsfonds echter onvoldoende om de maandtermijnen tot het einde te betalen. Daarnaast stonden óók de leasecontracten op een flink verlies. De totale schade begrootte de klager op meer dan ¤ 44.700.
De klachtencommissie heeft in deze zaak twee belangrijke uitspraken gedaan. Allereerst was de belegging in het aandelenfonds een volstrekt verkeerde keuze. De reden was dat het geld binnen vijf jaar weer nodig was en dat is voor een dergelijke belegging een veel te korte periode. Daarom werd de aanbieder veroordeeld tot het betalen van de maandelijkse betalingen die de klager niet meer kon voldoen uit het beleggingsfonds.
Ook sprak de commissie zich uit over het mogelijke verlies uit de leasecontracten op de einddatum. De uitspraak houdt in dat de belegger nooit meer dan 20% van de aankoopwaarde van de aandelen hoeft af te lossen. Dat kan van belang zijn als de leasecontracten op de einddatum nog steeds op een verlies staan van meer dan 20%. De klager moet op basis van deze uitspraak een groot deel van het verlies zelf dragen. Hij is immers zijn inleg kwijt en loopt de kans straks ook nog een deel van de restschuld te moeten aflossen.
Het is een schrale troost dat de klachtencommissie een bodem heeft gelegd in wat eerst een bodemloze put leek. Wat in deze uitspraak niet aan de orde kwam, is wat er moet gebeuren als de eerste grote storting afkomstig is uiteen extra hypotheek. Duizenden gedupeerden van SpaarSelect is dat overkomen. Zij moeten dus nog even geduld hebben.

Bron: De Telegraaf