Zaak Legiolease verdeelt rechtbanken 03-05-2004
Vonnissen over `winstverdriedubbelaar' vallen in verschillende arrondissementen tegengesteld uit

ROB VAN WELL

ROERMOND/MAASTRICHT De rechtbanken in Nederland zijn zeer verdeeld over de aanpak van de Legiolease-affaire. Sommigen oordelen zus, anderen zo.

De rechtbanken in Roermond, Almelo en Den Haag oordelen systematisch in het voordeel van Dexia, het moederbedrijf van Legiolease. In de rest van het land, zoals bij de rechtbank in Maastricht, valt het vonnis vrijwel steeds uit ten voordele van de gedupeerde belegger.
Dexia heeft in het hele land honderden mensen voor de rechter gedaagd, omdat ze weigeren de schuld te betalen die ze met de zogeheten `winstverdriedubbelaar' van Legio lease hebben opgebouwd.
De winstverdriedubbelaar is een constructie waarbij met geleend geld aandelen worden gekocht. Die lening wordt na drie jaar afbetaald met de opbrengst van de aandelen. Door het instorten van de aandelenkoersen viel die opbrengst de afgelopen jaren zwaar tegen. Tienduizenden bleven met een restschuld wan duizenden euro's zitten.
Veel gedupeerden vinden dat ze niet goed zijn voorgelicht over de risico's die aan de winstverdriedubbelaar kleefden en weigeren daarom de restschuld aan Dexia te betalen. Een standaard argument waarmee zij zich verdedigen, is dat ze de aandelen op afbetaling hebben gekocht. Volgens de wet moet een eventuele partner voor zo'n zogenoemde huurkoopovereenkomst meetekenen. Is dat niet gebeurd, dan moet het contract ongeldig verklaard worden, legt advocaat mr M. Rompelberg uit Voerendaal uit. En dan hoeft de gedupeerde de restschuld niet aan Dexia te betalen.
De meeste Nederlandse rechtbanken gaan in deze redenering mee. Maar de rechtbanken in Almelo, Den Haag en Roermond vinden dat de winstverdriedubbelaar geen huurkoopovereenkomst is en veroordelen de koper systematisch tot betaling van de restschuld aan Dexia. Rompelberg, belangenbehartiger van meer dan 350 gedupeerden van de winstverdriedubbelaar en soortgelijke producten, raadt mensen in het gebied van deze rechtbanken af om te wachten tot Dexia hen voor de rechter sleept. "Zij kunnen Dexia beter zelf voor de rechter slepen en om ontbinding van hun aandelenleasecontract vragen. Dan komt de zaak voor in Amsterdam, wat de kans aanzienlijk groter maakt dat ze het pleit winnen."

Payback
De vereniging Payback, die opkomt voor de belangen van gedupeerden van aandelenleaseproducten, heeft Dexia inmiddels namens honderd gedupeerden voor de rechter gedaagd. Volgens woordvoerder P. Koremans vindt de vereniging het vreemd dat rechtbanken zo van oordeel kunnen verschillen. "In feite is hier sprake van rechtsongelijkheid," vindt Koremans.
De rechtbanken onderkennen het probleem zelf ook. In februari hebben ze geprobeerd op één lijn te komen, maar dat is niet gelukt. Deze week stelde de Roermondse rechtbank Dexia weer in het gelijk.
Voor de gedupeerden is nog niet alles verloren, zegt Rompelberg. "Ik ga binnenkort namens twee clienten tegen het vonnis van de Roermondse rechtbank in beroep bij het Gerechtshof in Den Bosch. Daarna komt de kwestie vrijwel zeker terecht bij de Hoge Raad, die er een definitief oordeel over zal vellen. Dat vonnis zal dan ook gelden voor alle andere zaken. Dat kan in het voordeel of het nadeel Van de gedupeerde beleggers uitvallen."
Persrechter E. Oelmeijer van de rechtbank in Roermond bevestigt dat laatste. Hij stelt dat rechters de vrijheid hebben om van mening te verschillen. "Maar uiteindelijk zullen we ons aan het vonnis van de Hoge Raad moeten conformeren."

Kantonrechter
Een woordvoerder van de Dexia Bank wijst erop dat de rechtbanken die de winstverdriedubbelaar wel als huurkoopovereenkomst aanmerken, slechts een tussenvonnis hebben geveld. Het gaat om civiele rechtbanken, maar huurkoopovereenkomsten behoren tot het werkveld van de kantonrechter. Daarom hebben deze rechtbanken de zaken voor een definitief oordeel doorverwezen naar de kantonrechter. Volgens Rompelberg zal die de gedupeerde belegger in deze zaken altijd in het gelijk stellen.

Bron: Het Parool