De Stichting wil graag duidelijkheid verschaffen naar aanleiding van een aantal kritische geluiden 29-04-2004
De laatste tijd kwam de Stichting de nodige kritische geluiden ter ore vanuit de pers en vanuit aangeslotenen. Het ging hierbij concreet om vragen wat de Stichting nu precies voor de gedupeerden betekent en hoe zij de financiële middelen besteedt. Met deze toelichting wil de Stichting graag duidelijkheid verschaffen:

Vooropgesteld moet worden dat Leaseverlies, Eegalease, Consumentenbond en VEB zich goed realiseren in welke positie haar aangeslotenen zich bevinden. Zij realiseren zich dat het voeren van procedures veel tijd kost, waarbij relatief weinig inhoudelijk nieuws gemeld kan worden, en waarbij de financiële problemen die de effectenleaseproducten hebben veroorzaakt voortduren.

Daarover de volgende opmerkingen:

Procedures

Begin 2003, toen de onderhandelingen met Dexia Bank Nederland NV (hierna: Dexia) waren vastgelopen, zijn een tweetal dagvaardingen uitgebracht. U zult begrijpen dat het innemen van de enkele (eenvoudige) stelling in de procedure bij de Rechtbank dat 'de folders misleidend waren' voor de rechter en wederpartij 'die zich ook laat bijstaan door top-juristen' niet steekhoudend zou zijn. Daarom is er door Leaseverlies een zeer grootschalig onderzoek uitgevoerd naar de reclame en advertentiematerialen van Dexia en haar rechtsvoorgangers (waaronder Legio Lease) verwerkt. Daarbij spreken we niet over één product maar over enkele tientallen producten en binnen bepaalde producten ook nog diverse varianten. Alleen de dagvaarding met bijbehorende producties besloeg om die reden al enkele ordners.

Kort voor het uitbrengen van de dagvaarding waren de onderhandelingen met Dexia stukgelopen. Na maanden van onderhandeling volhardde Dexia in haar standpunt dat zij slechts marginaal tegemoet behoefde te komen aan de effectenlease-gedupeerden. Dit heeft geleid tot het feit dat Dexia op 5 december 2002 eenzijdig, buiten Leaseverlies om, een schikkingsaanbod heeft overgebracht aan alle individuele gedupeerden. Gedupeerden moesten bij acceptatie van het zogenaamde 'Dexia-aanbod' verklaren dat zij geen verdere juridische stappen tegen Dexia zouden ondernemen.

Naar aanleiding van het mislukken van de onderhandelingen met Dexia is aan de aangeslotenen op 14 januari 2003 een brief verzonden, welke eveneens op deze website is gepubliceerd.

Leaseverlies heeft 'in samenwerking met de Consumentenbond en VEB' het aanbod van Dexia bestudeerd en is er een uitgebreid commentaar op geschreven, dat op 12 februari 2003 aan de aangeslotenen is toegezonden en vervolgens ook is gepubliceerd op deze website.

De begin 2003 uitgebrachte dagvaardingen hebben enerzijds betrekking op de verwijten die Leaseverlies Dexia maakt en anderzijds op verwijten die Eegalease Dexia maakt. De verwijten van Leaseverlies betreffen het doen van onjuiste en onvolledige en mitsdien misleidende mededelingen in het reclame- en foldermateriaal. De verwijten die Eegalease Dexia maakt zijn gebaseerd op het feit dat naar het oordeel van Eegalease de effectenleasecontracten moeten worden gekwalificeerd als zogenaamde huurkoopovereenkomsten hetgeen betekent dat beide echtgenoten in het geval van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap ten tijde van het aangaan van die overeenkomst, de overeenkomst beiden moeten ondertekenen. Indien één van beide niet heeft meegetekend zal deze overeenkomst naar het oordeel van Eegalease vernietigd kunnen worden.

Splitsing bedrijfsonderdelen Dexia
Kort na het uitbrengen van de dagvaardingen maakte Dexia ook bekend dat zij haar bedrijfsonderdelen in Nederland wilde gaan splitsen. Om de belangen van gedupeerden zo goed mogelijk te behartigen hebben Leaseverlies, Eegalease en Consumentenbond zich in een gerechtelijke procedure tegen die splitsing verzet. Aldus is getracht te voorkomen dat de gedupeerden straks geconfronteerd zouden worden met een 'kale kip'. De rechter heeft de splitsing evenwel toegestaan aangezien naar zijn oordeel was gebleken dat het Dexia-concern voldoende financiële zekerheid bood.

Geen van beide procedures heeft op enig moment feitelijk stilgelegen. Wel is het zo dat Leaseverlies, toen de Commissie Geschillen Aandelenlease benoemd werd, heeft gecommuniceerd dat zij deze commissie alle ruimte wilde geven om haar werkzaamheden met succes te voltooien. Naar het oordeel van Leaseverlies is dit in het belang van alle aangeslotenen.

SOBI
De procedure van Leaseverlies is uiteindelijk niet feitelijk stilgelegd aangezien een derde partij zich in deze procedure heeft gemengd. SOBI en haar directeur de heer Pieter Lakeman hebben zich in de procedure gevoegd in verband met het feit dat zij in het verleden een zevental brochures van Legio Lease zouden hebben beoordeeld en daaraan het oordeel zouden hebben verbonden dat deze folders juist en volledig waren. Dexia zou dit oordeel vervolgens in haar commerciële uitingen hebben gebruikt, zodat SOBI/Lakeman van mening was dat zij een zelfstandig belang had zich in de procedure te mengen.

Het gevolg van de tussenkomst van SOBI/Lakeman was dat het nemen van zogenaamde incidentele conclusies nodig was. Na het nemen hiervan heeft de Rechtbank enige tijd genomen om te beoordelen of SOBI/Lakeman zou worden toegestaan daadwerkelijk in de procedure tussen te komen. Bij tussenvonnis van 24 september 2003 heeft de Rechtbank geoordeeld dat het verzoek van SOBI/Lakeman tot tussenkomst niet toewijsbaar was, maar dat de Rechtbank niet uitsloot dat zij hadden bedoeld zich te voegen aan de zijde van Dexia, zodat partijen alsnog de gelegenheid kregen zich daarover uit te laten.

Zowel Dexia als Leaseverlies hebben de door de Rechtbank bedoelde conclusie genomen op 22 oktober 2003, waarna de Rechtbank wederom een tussenvonnis heeft gewezen. In dit tussenvonnis (gedateerd 19 november 2003) oordeelde de Rechtbank dat SOBI/Lakeman inderdaad mocht worden toegestaan zich te voegen aan de zijde van Dexia, waarna zij alsnog de gelegenheid kreeg te concluderen voor antwoord.

Eerst na dit tussenvonnis kon procesrechtelijk worden voortgeprocedeerd hetgeen ook daadwerkelijk is gebeurd. SOBI/Lakeman heeft vervolgens gediend van haar conclusie van antwoord op 31 december 2003.

Nadat de conclusies van antwoord van zowel Dexia als SOBI/Lakeman waren ontvangen heeft de Rechtbank de procedure korte tijd aangehouden teneinde te beoordelen of het wenselijk was een comparitie van partijen te gelasten. Dit brengt met zich mee dat partijen verzocht worden ter zitting te verschijnen waarbij zij nadere inlichtingen kunnen verschaffen, de rechter vragen kan stellen en beproefd kan worden of alsnog een minnelijke regeling zou kunnen worden bereikt.

Comparitie
Op 11 februari 2004 heeft de Rechtbank daadwerkelijk geoordeeld dat een comparitie van partijen zal moeten plaatsvinden. Deze comparitie van partijen is (na afstemming van de verhinderdata van partijen) bepaald op 25 mei 2004. De eerdere datum, die de Rechtbank ambtshalve had bepaald, was voor Leaseverlies mogelijk (en wenselijk), doch Dexia kon niet aanwezig zijn. Tijdens die comparitie zal worden bezien hoe verder geprocedeerd zal worden. Mocht de Rechtbank zich reeds voldoende voorgelicht achten dan kan zij na deze comparitie vonnis wijzen. Mocht zij nadere inlichtingen wenselijk achten dan zal zij een nadere conclusieronde gelasten, hetgeen betekent dat door partijen alsnog zogenaamde conclusies van repliek en dupliek genomen zullen moeten worden.

CGA
Terwijl de procedures liepen, is ook intensief gesproken met de Commissie Geschillen Aandelenlease. Ook in dat kader heeft Leaseverlies een actieve rol gehad in het behartigen van de belangen van de aangesloten gedupeerden. Leaseverlies heeft daarbij steeds tot uitgangspunt genomen dat het beter is op korte termijn een acceptabele minnelijke regeling te bereiken dan dat nog vele jaren zal moeten worden geprocedeerd (waarbij niet kan worden uitgesloten dat de procedure tot en met de Hoge Raad moeten worden uitgevochten). Naar het oordeel van Leaseverlies is dat voor de gedupeerden een minder wenselijk scenario. Naar het zich laat aanzien zal op relatief korte termijn duidelijk worden of de bemiddeling door de Commissie Geschillen Aandelenlease wel of niet zal kunnen slagen.

Kortom, Leaseverlies heeft hard gewerkt om de ten behoeve van de gedupeerde aangeslotenen resultaten te boeken. Het voeren van procedures kost echter veel tijd: daarover heeft Leaseverlies de aangeslotenen dan ook nadrukkelijk geïnformeerd in haar nieuwsbrieven van 14 januari en 16 februari 2003.

Financiële verantwoording

Uiteraard vragen de bestedingen van Leaseverlies om duidelijke rekenschap. Leaseverlies heeft dit reeds geruime tijd geleden onderkend toen de omvang van de collectieve actie duidelijk werd.

Om die reden heeft zij een kwalitatief zeer hoogwaardige Raad van Toezicht benoemd, welke onder meer bestaat uit de oud-president van de Algemene Rekenkamer (mr H.E. Koning), een emeritus hoogleraar Accountancy van de VU te Amsterdam (prof. L.C. van Zutphen), een oud vice-president van de Rechtbank te 's-Gravenhage (mevrouw mr E.M. Dil-Stork), dit onder voorzitterschap van een oud-minister van Justitie (mr J. de Ruiter). Aan deze Raad van Toezicht wordt door het bestuur van Leaseverlies verantwoording afgelegd terzake van de financiën, terzake van het gevoerde beleid en terzake van het voorgenomen beleid. De Raad van Toezicht adviseert het bestuur van Leaseverlies voorts zowel gevraagd als ongevraagd.

Leaseverlies zal gedurende het voeren van de procedures nadrukkelijk geen openbare financiële verantwoording afleggen. Dit vanwege het feit dat inzage in de financiële middelen van de stichting belangrijke strategische informatie is, die de wederpartij, Dexia, graag in haar bezit zou willen hebben.

De aangeslotenen kunnen er echter van verzekerd zijn dat Leaseverlies zeer zorgvuldig met de door de aangesloten opgebrachte bijdragen zal omgaan en dat er nog voldoende middelen in kas zijn om - indien nodig - de komende jaren door te procederen.

Uiteraard zal aan het einde van de collectieve actie aan de aangeslotenen van Leaseverlies die financiële verantwoording wel worden verschaft.

Behartiging individuele belangen gedupeerden

Leaseverlies heeft van aanvang af geadviseerd de betalingen voort te zetten en het niet te laten aankomen op een incassoprocedure (zie hiervoor ook de beantwoording van de veelgestelde vragen op deze website).

Het is helaas ondoenlijk de vragen van 90.000 mensen individueel te beantwoorden. Daarvoor zou een apparaat nodig zijn, dat niet kan worden gefinancierd uit een bijdrage van ( 45,-- per persoon. Nog minder is het mogelijk daarvoor individuele gerechtelijke procedures te voeren. Dat was ook niet de opzet van Leaseverlies.

Individuele procedures zijn voor de gedupeerden uiterst kostbaar en tijdrovend, waarbij het procesrisico over het algemeen hoger zal liggen dan in het geval van een collectieve actie. Daarbij moet overigens worden opgemerkt dat de rechterlijke macht zonder enige twijfel niet in staat zou zijn 90.000 individuele procedures binnen de normale termijnen te beoordelen.

Dagvaarding
De Stichting heeft meerdere malen het verzoek ontvangen de dagvaarding openbaar te maken. Dit is echter niet mogelijk. Dat heeft te maken met het feit dat in die dagvaarding een zeer uitvoerig onderzoek is verwerkt naar de inhoud van het reclame- en foldermateriaal van de verschillende effectenleaseproducten. Voor dit onderzoek zijn aanzienlijke kosten gemaakt die zijn gedragen door de aangeslotenen bij de Stichting. Het openbaar maken van deze informatie maakt het niet alleen mogelijk dat niet-aangeslotenen van deze inspanningen gebruik kunnen maken, maar vergroot ook de procesrisico's voor het collectief. Dit aangezien dan vele verschillende procedures gevoerd worden op vele verschillende wijzen over hetzelfde onderwerp hetgeen de kans op verschillende uitspraken aanzienlijk zal vergroten. Die situatie acht de Stichting onwenselijk en in strijd met het belang van de aangeslotenen.

Wij hopen met dit schrijven weer meer duidelijkheid te hebben verschaft.

Hoogachtend,


De Stichting Leaseverlies