Gesprekken Commissie Geschillen Aandelenlease (CGA) 12-11-2003
De commissie, die door minister Zalm is ingesteld, onderzoekt of een oplossing van de effectenleaseproblematiek buiten de rechter om bereikt zal kunnen worden. De Stichtingen Leaseverlies en Eegalease, Consumentenbond en VEB stellen zich positief op ten aanzien van de initiatieven van het CGA en hebben inmiddels met de commissie gesproken. De CGA heeft aangegeven dat zij na dit gesprek eerst de principiële uitspraken van de Klachtencommissie DSI zal afwachten, alvorens tot vervolgbesprekingen te kunnen komen. Deze uitspraken zullen – naar de CGA heeft laten weten – een belangrijke rol zullen spelen bij haar initiatieven. Naar verwachting zullen de gesprekken met de CGA in januari 2004 worden voortgezet.

De uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 12 november 2003
De Rechtbank Amsterdam heeft op 12 november 2003 in een door een individuele effectenleasecontractant Dexia en de verkoper van het effectenleasecontract veroordeeld tot hoofdelijke betaling. Kort gezegd komt het er op neer dat Dexia 75% van de geleden schade en de verkoper van het contract daarnaast de betaling van de laatste 25% van de geleden schade dienen te betalen. De feiten die aan deze uitspraak ten grondslag lagen zijn bijzonder, omdat de Rechtbank ervan is uitgegaan dat deze effectenleasecontractant de folders niet van Dexia heeft ontvangen.

De uitspraak is belangrijker dan alleen maar deze individuele zaak. Dat is om drie redenen:

1. de Rechtbank heeft bepaald dat de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 - de regeling waarin gedragsregels zijn vastgelegd, waaraan effecteninstellingen zich moeten houden - geldig is. Dexia had bepleit dat de regeling onverbindend zou zijn, omdat deze regels zonder wettelijke bevoegdheid tot stand zouden zijn gekomen.

2. de Rechtbank heeft bepaald dat ook bij effectenleaseproducten de aanbieder zich een beeld moet vormen van de persoonlijke financiële situatie van de mogelijke effectenleasecontractant. Dexia had gesteld dat zij dat niet hoefde te doen, omdat het om een "kant-en-klaar" product zou gaan.

3. de Rechtbank heeft in het vonnis tot uitgangspunt genomen dat in de overeenkomst onvoldoende is gewaarschuwd voor de daadwerkelijke risico's die aan het effectenleaseproduct kleven. Zoals al is opgemerkt heeft de Rechtbank in deze specifieke zaak het reclame- en foldermateriaal niet beoordeeld: deze was volgens de effectenleasecontractant niet aan haar toegezonden.

In de Leaseverlies-procedure zal de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam in beginsel geen rol spelen: het gaat daar immers om de misleiding van het door Dexia verspreide reclame- en foldermateriaal. Deze misleiding is in de procedure die aan de nu gedane uitspraak van de Rechtbank Amsterdam voorafging, niet aan de orde geweest.